|
ening "uw dienstwillige vriendin en dienares". Daarop
had hij niets meer van zich laten hooren. Haar medeleerlingen op de
kostschool verhaalden Mathilde veel van heeren die hun 't hof maakten.
Ja, daar had ze in Amsterdam ook wel van geweten. Als ze uit school kwam
liepen haar altijd jongens achterna en zoenden haar en de andere
meisjes, maar nu begon zij dat heel anders in te zien. En plotseling was
't haar in de gedachte komen, dat Jozefs doel misschien was geweest
later met haar te trouwen. Dit stuitte haar tegen de borst en gaf haar
een soort van afkeer tegen hem, zoo als hij leefde in haar herinnering.
In de vakanties maakte haar vader reisjes met haar; eens maar was zij in
Amsterdam geweest, en toen was juist Jozef op reis. Zoo was zij vier en
een half jaar wech gebleven. En bij haar terugkomst voorgoed, had zij
Jozef weer dadelijk gezien, die haar vriendelijk groette en haar
jufvrouw noemde. Na haar terugkomst kwam Jozef weer hoe langer hoe meer
bij hun aan huis en uit de gewoonte van elkaar twee, toen drie, toen
viermaal in de week geregeld te ontmoeten, was er langzamerhand weer een
vriendschap ontstaan. Zij had hem teruggezien bijna net zoo als zij hem
vroeger had gekend. Alleen was zijn snor dikker en mooyer geworden en
waren er lichte kringen onder zijn oogen gekomen, die alleen merkbaar
werden, als hij van vermoeyenis sprak.
Het was nu in deze jaren dat zij er zich hoofdzakelijk op toelegde het
huis voor haar vader zoo aangenaam en gezellig mogelijk te maken. Wat
haar bij haar vader vroeger tegen had gestaan, nam haar nu in. Zij
verzorgde hem, trachtte zich in te wijden in zijn liefhebberijen en
gewoonten, las de koeranten, en sprak over politiek. Zijn rooken vond
zij pleizierig, zij lette op alles en vervroolijkte zijn leven, door
haar pianospel en andere dingen. Zij had groote vorderingen gemaakt en
hij luisterde er graag naar. Zij had geen vriendinnen, zooals dat veelal
gaat met meisjes die naar 't buitenland op kostschool zijn geweest. Die
van haar scholen in de stad vroeger, kende zij niet meer, met de
Belgische van de kostschool kon ze alleen korrespondentie onderhouden.
Alleen bij mevrouw Berlage, een oude vriendin van haar vader, maakte zij
wel eens een visitie, maar aan Emilie Hartse, een wees, het kennisje,
dat ook wel bij de Stuwen aan huis kwam, had Mathilde een hekel, om
Emilies geaffecteerd karakter. Dus was de persoon, waarmee zij omging
naast haar vader, Jozef van Wilden alleen. Een heelen t
|