|
lks vernam, ontstak hij in vreeselijke woede, viel Renier
aan en nam, na een bloedig gevecht, den dapperen graaf gevangen.
In angstvolle verwachting vertoefde Albrade op haren burcht en, toen
zij de treurmare vernam, besloot zij alle middelen in het werk te
stellen om haren echtgenoot te redden.
Zij zond eenen bode naar Rollo met het voorstel hem zijne twaalf
krijgslieden tot lossing van graaf Renier terug te zenden, maar de
wreede Rollo kende geen medelijden: "Voor morgen", antwoordde hij "eisch
ik de gevangen krijgslieden terug, en daarbij al het goud en zilver van
de abdijen dezer streek."
Albrade zond aan Rollo de twaalf gevangenen, daarbij eenen wagen vol
goud en kostbaarheden. Maar de wreedaard wilde meer.
Hij liet het goud wegen, wierp zijn met Runen[18] versierd zwaard in
eene der twee schalen en riep: "Brengt mij goud, tot beide schalen in
evenwicht blijven."
Albrade zocht haar laatste goudwerk: den met edelgesteenten versierden
ring, dien zij, voor jaren als bruidsgeschenk van haren echtgenoot had
ontvangen; het kostbare kruis, een aandenken harer moeder, het zilveren
gevest van het zwaard haars vaders, doch de wreede Rollo was nog niet
voldaan.
Albrade was wanhopig en zocht in vertwijfeling naar een laatste
redmiddel, toen hare onderdanen, haar te hulp kwamen. Uit eigen
beweging, ontdeden zij zich van het goud en de kostbaarheden, die zij
nog bezaten en gingen die nederleggen aan de voeten van den wreeden
Noorman.
Rollo, die niet eens wist wat genegenheid was, zag dit alles eerst met
verwondering, daarna met aandoening aan.
Hij ontbood Renier, ontdeed hem van zijne boeien en sprak: "Wat zijt gij
gelukkig, Graaf, die door eene zoo brave echtgenoote en door talrijke
onderdanen teeder wordt bemind. Keer tot hen terug, blijf niet langer
mijn vijand, maar word mijn vriend."
Rollo gaf al de aangebrachte schatten terug en sloot met Renier een
vredeverbond.
24.--Invallen der Noormannen.
Wat moest het er, gedurende die lang vervlogen eeuwen, in ons land
akelig uitzien! Platgeloopen akkers, geplunderde kerken en kloosters,
dooden, gewonden, armoede, verdriet en lijden.
Zoolang Karel de Groote leefde, durfden de geduchte Noorsche Zeeroovers
zich op onze kusten niet vertoonen, maar, na zijnen dood, was het geheel
anders.
[Illustration: Verdeeling van het rijk van Karel den Groote.]
De zoon en opvolger van Karel, Lodewijk de Vrome, bezat de
krachtdadigheid zijns vaders niet. Zijne
|