|
liep ten einde.
Maar nee, het laatste woord had deze burgemeester niet. Er volgde nl. nog een
slotgebed; daarin richtte de nieuwe predikant zich natuurlijk tot de Allerhoogste,
maar hij speelde het toch ook een beetje over de band en de hele gemeente kreeg
via dat gebed nog eens heel duidelijk te horen welke onze houding jegens de
bezettende macht behoorde te zijn.
Dank zij de invloed van ds. Smeenk werd het gemakkelijker, onderduikers in Renkum
te plaatsen. Hij zelf begon op grote schaal Joden onder te brengen bij leden van
onze gemeente. De LO zorgde voor de benodigde bonkaarten. Al gauw had hij er 80
(als ik me goed herinner) nodig en hij kreeg ze. Maar de - landelijke zowel als
plaatselijke - LO richtte zich allereerst op het helpen onderduiken van hen die
in Duitsland moesten gaan werken, oud-militairen enz.
Eens vertrokken twee onderofficieren die ik had verborgen, naar elders en er
kwamen dus twee plaatsen vrij. Maar de volgende dag al bleek ds. Smeenk op mijn
plaatsen twee Joden te hebben ondergebracht. Toen ik t.a.v. die gang van zaken
bij hem protest aantekende, zei hij: jawel, dat doe ik als ik de kans krijg weer;
want wie naar Duitsland moet gaan als militair, arbeider of student, gaat wel
een onzekere toekomst tegemoet, maar dat is niet zo erg als het lot van de Joden,
want dat is verschrikkelijk." Dat moet eind 1943 of begin 1944 zijn geweest.
De LO als geheel stelde het onderbrengen van Joden niet als eerste prioriteit.
In het Gedenkboek van het verzet in LO en LKP (Landelijke knokploegen) staat:
Bij het onderbrengen van Joden heeft de LO slechts een bescheiden rol gespeeld.
In 1942, toen de Joden moesten duiken, was deze organisatie nog niet tot
ontwikkeling gekomen. Ook leende de werkwijze der LO, gericht op de massale
hulp aan grote groepen, zich minder voor het zeer speciale Jodenwerk. De meeste
Joden zijn geholpen door kleine Joden-organisaties, waarin studenten prachtig
werk verrichtten. Wel zijn vele Joden-helpers later medewerkers der LO geworden,
werkten de J-organisaties nauw samen met de LO en heeft de LO belangrijke hulp
aan de ondergedoken Joden verleend door de verstrekking van bonkaarten e.d. [11.1]
<146>
H. van Riessen, die in de top van de LO heeft gezeten, verklaarde voor de Enquete-
commissie:
Jodenwerk. Hier en daar met de LO verbonden, soms een afdeling, soms er helemaal
los van, soms alleen maar een bonkaartencontact. Een onderduiker kon men aan de
lopende band behandelen. U k
|