FREE BOOKS

Author's List




PREV.   NEXT  
|<   63   64   65   66   67   68   69   70   71   72   73   74   75   76   77   78   79   80   81   82   83   84   85   86   87  
88   89   90   91   92   93   94   95   96   97   98   99   100   101   102   103   104   105   106   107   108   109   110   111   112   >>   >|  
flauw verlichte straten, door nauwe spookachtige poortjes, langs verdachte huizen. Vrouwen hadden met schorre stemmen en ruw gelach hem toegeroepen. Dronken kerels waren langs hem gezwaaid, vloekende en in zichzelven pratende, als reusachtige apen. Hij had misvormde kinderen bij elkaar zien kruipen op de stoepen voor de deuren, hij had gegil, gevloek gehoord uit sombere holen ... Tegen den morgen merkte hij, dat hij dicht bij Covent Garden was. De duisternis trok op en, zich vervelende met hier en daar een flauwen weerglans, rondde de hemel zich tot een zuivere parel. Groote karren opgehoopt met knakkende lelies, rammelden langzaam door de leeg geveegde straat. De lucht werd zoo zwaar van dien bloemengeur; uit die kelken steeg als een tegengift voor zijne smart. Hij volgde de karren naar de markt en zag hoe de mannen ze ontlaadden. Een wit-gekielde karreman bood hem een paar kersen aan. Hij dankte hem en verwonderde zich, dat de man weigerde er geld voor te nemen; hij begon ze lusteloos op te eten. Ze waren 's nachts geplukt en ze hadden de kilte der maan nog in zich. Een lange rij jongens met bonte tulpen, roode en witte rozen, liep voor hem uit; ze zochten hun weg door hooge, fletsgroene hoopen groenten. Onder de loods met grijze, zonverbleekte pilaren, drentelde een troep vuile meisjes met bloote hoofden, te wachtten tot de markt afgeloopen was. Anderen verdrongen zich om de open-en dichtslaande deuren van een cafe. De zware karrepaarden trappelden en stampten op de ruwe steenen en schudden tuig en bellen. Een paar karrevoerders lagen te slapen op een hoop zakken. Duiven trippelden heen en weer met roode pootjes en bogen hare glanzige nekjes. Na een poosje riep hij een hansom aan en reed naar huis. Even draalde hij nog voor de open deur, zag om zich heen, in het slapende Square, met zijn stil gesloten vensters en blank starende luiken. De lucht was helder opaal geworden; de daken der huizen glinsterden als zilver er tegen af. Uit een enkelen schoorsteen steeg een dun streepje rook. Het kronkelde als een violet lint, door de lucht van parelmoer. In de groote vergulde Venetiaansche lantaren,--gestolen uit de bark van een Doge,--die in de ruime eikenhouten vestibule huig, brandden nog drie flikkerende lichtjes; dunne blauwe vlamblaadjes met randen van wit vuur. Hij draaide ze uit, wierp hoed en jas op de tafel, ging door de bibliotheek naar zijne slaapkamer: een groot achthoekig vertrek, dat hij in zijn nieuwe z
PREV.   NEXT  
|<   63   64   65   66   67   68   69   70   71   72   73   74   75   76   77   78   79   80   81   82   83   84   85   86   87  
88   89   90   91   92   93   94   95   96   97   98   99   100   101   102   103   104   105   106   107   108   109   110   111   112   >>   >|  



Top keywords:
deuren
 

karren

 

hadden

 

huizen

 

poosje

 
verlichte
 

nekjes

 

hansom

 

pootjes

 

glanzige


Square

 

gesloten

 

vensters

 

slapende

 
trippelden
 

draalde

 

zakken

 
verdrongen
 
straten
 

dichtslaande


Anderen
 

afgeloopen

 
meisjes
 

bloote

 

hoofden

 

wachtten

 

karrepaarden

 

karrevoerders

 

slapen

 

bellen


stampten

 
trappelden
 
steenen
 

schudden

 

Duiven

 

helder

 

lichtjes

 

blauwe

 

vlamblaadjes

 

randen


flikkerende

 

eikenhouten

 

vestibule

 

brandden

 
draaide
 

achthoekig

 

vertrek

 
nieuwe
 
slaapkamer
 

bibliotheek