FREE BOOKS

Author's List




PREV.   NEXT  
|<   98   99   100   101   102   103   104   105   106   107   108   109   110   111   112   113   114   115   116   117   118   119   120   121   122  
123   124   125   126   127   128   129   130   131   132   133   134   135   136   137   138   139   140   141   142   143   144   145   146   147   >>   >|  
maal belooft, my eens in den _Hortus Medicus_ te brengen, maar 't is er nooit toegekomen; en ik hoor, dat daar zulke fraaije Planten en Heesters zyn. _De Heer R_. Laat ik de eer mogen hebben, u daar eens heen te leiden: gy zult met verrukking zulk een rykdom der Natuur beschouwen; 't is er waarlyk fraai. _Ik_. 't Zou onbeleeft zyn, dit verzoek af te wyzen. _De Heer R_. Ik zou om die eer deezen dag zelf nog verzoeken, maar ik ben geengageert: mag ik morgen, als het zulk heerlyk weer is, en zo zonnig als nu, zo gelukkig zyn, om de Dames daar heen te brengen? _Juffrouw Hartog_. Ik bedank u; ik ben niet plantagtig; een bloem is by my een bloem, meer niet. _De Heer R_. En wat zegt Mevrouw? _Juffrouw Buigzaam_. Excuseer my, myn Heer; huisselyke bezigheden, en myne zwakheid laten my dit niet wel toe. _De Heer R_. Deze vriendelyke Juffrouw zal dan wel gelieven mede te gaan? _Juffrouw Lotje_. Ik zou 't gaarn doen, maar ik moet morgen ogtend tydig by myn Oom en Tante zyn, om naar den Hout te ryden. _De Heer R_. Zo dat, Mejuffrouw, gy zult u dan met myn gezelschap alleen zien te vermaken? _Ik_. o, Myn Heer, maak geen complimenten. Hy boog. Nog een kwartier gezeten hebbende, zeide hy, dat hy morgen ten vier uuren zou maken aan huis te zyn, en vertrok. Onze Juffrouw Scavante las; wy spraken weinig. Elk scheen in gedachten; myn kind zeker over haar vrolyk reisje naar den Hout; ik over den Brief; en Juffrouw Buigzaam?--dat wist ik toen nog niet! Na het thee drinken stondt de lieve Vrouw op, nam een boek mede, en ging in het Tuinhuis zitten; (zo als ik naderhand zag.) Ik zag mistroostig, ongemaklyk[2], en stond ook op, my naar den Tuin begevende, om ruimer adem te scheppen. Doe ik u ook belet, Juffrouw Buigzaam? anders ga ik weer heen. _Zy_. Integendeel, _uw_ gezelschap is _my_ altoos aangenaam. _Ik_. Dan zal ik my by u zetten. (_Zy zag onderwyl al in haar Boek_.) Ik moet u iets vragen. Zyt gy misnoegt op my? als dat waar was, dan zou ik zeer ongelukkig zyn. _Juffrouw Buigzaam_. (_Haar boek toedoende_.) Misnoegt? Hier uit moet ik opmaken, of, dat gy my voor zeer grillig houdt, en dat hoop ik nooit te verdienen; of, dat gy meent, my eenige reden daar toe gegeven te hebben. _Ik_. Zo ik u van grilligheid verdagt hield, dan zou uw misnoegen my niet ter harte gaan; dewyl ik begryp, dat de capritieuse vrouwen geen meer achting verdienen dan capritieuse mannen. _Juffrouw Buigzaam_. En doet het u waarlyk
PREV.   NEXT  
|<   98   99   100   101   102   103   104   105   106   107   108   109   110   111   112   113   114   115   116   117   118   119   120   121   122  
123   124   125   126   127   128   129   130   131   132   133   134   135   136   137   138   139   140   141   142   143   144   145   146   147   >>   >|  



Top keywords:
Juffrouw
 

Buigzaam

 

morgen

 

gezelschap

 
capritieuse
 

verdienen

 
brengen
 

hebben

 
waarlyk
 
ruimer

begevende

 

Medicus

 

altoos

 

aangenaam

 

Integendeel

 
anders
 
scheppen
 

mistroostig

 

drinken

 
fraaije

vrolyk

 

reisje

 

stondt

 

Tuinhuis

 

zitten

 

naderhand

 

toegekomen

 

ongemaklyk

 
grilligheid
 
verdagt

gegeven

 
belooft
 

eenige

 

misnoegen

 

achting

 

mannen

 

vrouwen

 
begryp
 

misnoegt

 
vragen

onderwyl

 

Hortus

 

ongelukkig

 
opmaken
 
grillig
 

toedoende

 

Misnoegt

 

zetten

 

huisselyke

 

bezigheden