FREE BOOKS

Author's List




PREV.   NEXT  
|<   41   42   43   44   45   46   47   48   49   50   51   52   53   54   55   56   57   58   59   60   61   62   63   64   65  
66   67   68   69   70   71   72   73   74   75   76   77   78   79   80   81   82   >>  
d had een trekje van pijn, en ze drong hem, lichtjes ontzenuwd: --Toe, vraag het nu. Eenvoudig weg. --Zou u dan sympathie met me willen sluiten? Zou u me willen toestaan bij u te komen, als ik me ongelukkig voel? Ik voel me bij u altijd zoo gelukkig, zoo mooi, zoo anders dan in het gewone leven, want ik leef bij u alleen mijn eene mensch, mijn eigenlijke, u weet wel. Alles smolt weer in haar tot loome zwakte; o, hij stelde haar te hoog, en ze was heel gelukkig om wat hij vroeg, maar treurig, dat hij zich zoo minder voelde dan zij. --Goed! sprak zij toch met eene stem van klank. Laten we sympathie sluiten. En zij stak hem hare hand toe, hare mooie, witte, lange hand, met aan dien eenen vinger de witte en blauwe vonkjes van juweel, en hij drukte de tippen dier vingers even heel eerbiedig tusschen de zijne. --Dank u! sprak hij zacht met zijne stem; die wat gebroken was. --Is u dikwijls ongelukkig? vroeg Cecile. --Altijd ... antwoordde hij, bijna nederig en verlegen, dat hij dit zeggen moest. Ik weet niet, wat dat is; ik ben altijd zoo geweest. En van kind af aan, heb ik toch veel bezeten, dat de menschen geluk noemen. Maar toch, toch ... Ik lijd door mezelven. Ik doe mezelven het meeste pijn. En daarna de wereld ... en ik moet me altijd verbergen. Ik geef aan de wereld alleen een meneer, die paard rijdt en schermt en jaagt, een meneer, die in de wereld komt en gevaarlijk is voor jonge vrouwen ... Hij lachte met zijn slecht lachje en hij keek haar schuin in de oogen; zij bleef kalm naar hem opzien. --Verder geef ik ze niets, aan die menschen. Ik haat ze; ik ben niet als zij, Goddank! --U is te trotsch! sprak Cecile. Ieder van die menschen heeft weer zijn verdriet, evenals u; de een lijdt wat fijner, en de ander wat grover, maar ze lijden allemaal. En daarom staan ze u allemaal nabij. --Ieder op zichzelf, misschien! Maar zoo zie ik ze niet, ik zie ze en bloc en zoo haat ik ze. U dan niet? --Neen, zeide zij kalm. Ik geloof niet, dat ik haten kan. --U is heel sterk, in uzelve. U heeft aan uzelve genoeg. --O neen, dat niet, heusch niet, maar u ... u is onrechtvaardig tegenover de wereld. --Mogelijk: ze doet me ook altijd pijn. Alleen bij u, daar vergeet ik, dat ze bestaat, die wereld daar buiten. Begrijpt u nu, waarom ik u zoo ongaarne bij mevrouw Hoze zag? Het was me of u zich verlaagd had. En om ... om dit vreemde, dat ik in u zag, heb ik ook niet vroeger uw kennismaking gezocht. Die kennisma
PREV.   NEXT  
|<   41   42   43   44   45   46   47   48   49   50   51   52   53   54   55   56   57   58   59   60   61   62   63   64   65  
66   67   68   69   70   71   72   73   74   75   76   77   78   79   80   81   82   >>  



Top keywords:

wereld

 
altijd
 
menschen
 

allemaal

 
uzelve
 
mezelven
 
meneer
 

Cecile

 

gelukkig

 

alleen


ongelukkig
 
willen
 

sluiten

 
sympathie
 
grover
 

fijner

 
verdriet
 

evenals

 

lijden

 

ontzenuwd


zichzelf

 

misschien

 

lichtjes

 

daarom

 

trotsch

 

schuin

 

lachje

 
slecht
 
lachte
 

zwakte


Eenvoudig

 

Goddank

 
Verder
 

opzien

 

mevrouw

 

ongaarne

 

buiten

 

Begrijpt

 

waarom

 
verlaagd

gezocht

 

kennisma

 

kennismaking

 

vreemde

 
vroeger
 

bestaat

 

vergeet

 

genoeg

 

geloof

 

heusch